Postnatale Depressie? Mamazorg helpt

Voor hulp bij psychische klachten tijdens de zwangerschap en na de bevalling

Het indrukwekkende verhaal van Janet

“Hoewel het lang geleden is, de ene 27 jaar en de andere 24 jaar geleden, kan ik me er nog wel dingen van herinneren:
Mijn eerste zwangerschap verliep op zich redelijk. Ik had wel wat klachten, voornamelijk moeheid en af en toe wat somber, maar ach…als het kind er een keer zou zijn, dan was dit over en zou het genieten beginnen. Nou was ik nog jong, 24 jaar, en eigenlijk behoorlijk naïef in veel dingen, en wist ik alleen dat ik ontzettend graag een kind wilde hebben. Iets van mezelf waar ik voor kon zorgen. Iets wat me eindelijk eens gelukkig zou maken. De bevalling was zwaar, met veel pijn, omdat mijn kind geboren wou worden, maar mijn bekken te smal was. Het duurde lang voor de vrouwenarts het opgaf en besloot tot een keizersnede.

Mijn kind werd geboren om 00.02 uur. Ik kreeg hem rond 06.00 uur voor het eerst in mijn armen. Hij had geen vriendelijk gezichtje, maar keek nors de wereld in. Later hoorde ik dat hij het erg zwaar had gehad tijdens zijn geboorte. Na twee dagen werd het een lief baby gezichtje. Ik was moe…erg moe…en erg labiel en nerveus. Wat nu, hoe moest ik voor dit kleine mensje zorgen? Wat een taak. Niks mogen vergeten, ieder geluidje moeten horen, alles moeten begrijpen wat hij deed.

Na tien dagen mocht ik naar huis. De borstvoeding was goed op gang, maar ik die zo preuts was opgevoed, kon alleen voeden op de slaapkamer met niemand anders dan mijn man erbij. Kreeg hij wel genoeg….hij huilde zoveel. Darmkrampjes werd gezegd…wat kon ik er aan doen, hoe kon ik hem helpen, hoe kon ik het huilen laten ophouden, want ik werd er zo nerveus van….Mensen kwamen op visite, allemaal lief bedoeld, maar ik kon het er eigenlijk niet bij hebben. Veel te moe, veels te nerveus, veels te gespannen. Mijn kind huilde veel en als hij eens stil was, liep ik op mijn tenen door het huis. Niks durfde ik te doen wat lawaai maakte, stel dat het huilen weer begon. Op mijn tenen liep ik, zowel letterlijk als figuurlijk.

Mijn man, net 21 jaar, vond het ook niet makkelijk. Hij had een baan en als hij thuis kwam, vond hij een vrouw die altijd moe was en altijd nerveus en gespannen. Ik had steeds meer en vaker last van hoofdpijn, maagklachten, had nergens zin in en tot overmaat van ramp had ik vaginisme. Mijn vagina verkrampte bij iedere toenadering van de kant van mijn man. Nou was hij jong en niet de meest geduldige en meelevende man die er maar was. Hij was vaak chagrijnig en vlug kwaad, nooit lichamelijk, dat niet, maar verbaal wel agressief. Daardoor ging ik nog meer op mijn tenen lopen. Proberen mijn kind niet te laten huilen en mijn man niet chagrijnig te laten worden. Een onbegonnen taak, zowel het een als het ander.

Vrij snel ben ik met de borstvoeding gestopt. Dat mijn kind mijn spanning voelde begreep ik wel. De darmkrampen werden minder door de flesvoeding, het huilen echter niet. Achteraf gezien geen wonder met zo’n gespannen, nerveuze en vermoeide moeder, die constant probeerde de sfeer goed te houden en al met al totaal niet kon genieten van haar kind of haar huwelijk. Ik was erg vaak somber en triest. Dit leverde nog meer spanning op thuis, want mijn man begreep het niet en werd er spuugzat van. Een zeikerd, noemde hij me, die altijd wat had. En hij had gelijk, vond ik. “kijk mij nou…altijd moe, altijd somber, nergens zin in, altijd hoofdpijn en maagklachten.” En sex…dat hoefde al helmaal niet meer van mij. Dus dat ik naast alle andere gevoelens ook nog eens een gigantisch schuldgevoel kreeg was wel te verwachten. Ik had moeite mezelf overeind te houden.

Genieten van mijn kind en hem te zien opgroeien was er niet bij. Nog meer schuldgevoel: wat voor moeder was ik eigenlijk? Waardeloos…zowel als moeder als vrouw. Na anderhalf jaar kon mijn man het niet meer aan en vond hij de verantwoordelijkheid te zwaar. Ik verhuisde met mijn zoon naar een andere stad en voelde alleen nog ongelukkiger. Mijn kind huilde elke nacht en stond dagelijks voor het raam te wachten op zijn vader. Dat brak mijn hart, maar ik kon hem niet goed opvangen, want ik kon mezelf ter nauwernood overeind houden. Na drie maanden vroeg mijn man of we terugkwamen. Het viel hem zwaar alleen en hij miste ons. Gelukkig…Ik hoefde het niet meer alleen te doen. Vanaf die tijd ging het wat beter, met mij, ons huwelijk en mijn zoon huilde ‘snachts niet meer. Een jaar later, tijdens mijn tweede zwangerschap, hoorde ik pas dat ik twee jaar lang een postnatale depressie had gehad.

De vrouwenarts (mijn eigen arts) raadde me aan om de tweede bevalling meteen een ruggenprik te nemen en de bevalling bewuster en zonder pijn mee te maken en direct na de geboorte mijn tweede kind bij me te hebben. Dat zou een stuk schelen en als ik direct na de bevalling hormonen zou gaan slikken, kwam het wel goed allemaal.
Helaas…mijn eigen arts had geen dienst toen ik moest bevallen en de dienstdoende arts had een slechte dag (nacht). Geen ruggenprik dus. Vond hij niet nodig. Pas na lang aandringen van de hoofdzuster kreeg ik toch de ruggenprik. Toen deze bijna was uitgewerkt, wilde hij niet opnieuw verdoven, maar het eerst zo proberen. Ik raakte in paniek. Het was me immers beloofd. Helaas geen verdoving meer. Uren liggen proberen, om wederom tot de conclusie te komen dat mijn bekken nog steeds te nauw was. Ondertussen was ik zo ver van de wereld dat een ruggenprik niet mogelijk was en ik alsnog onder algehele verdoving met veel spoed een keizersnede kreeg. Om 06.00 uur werd mijn tweede kind geboren. Na veel smeken van mijn kant kreeg ik hem zeven uur later te zien. De tweede bevalling was zowel voor mij als voor mijn man erg traumatisch geweest. Zo erg dat mijn eigen vrouwenarts ons niet durfde aan te kijken bij zijn ronde de volgende dag.
Ik ben wel met hormonen begonnen, maar ook dat heeft niet mogen helpen. De tweede depressie heeft meer dan 2,5 jaar geduurd. Met alle gevolgen van dien voor ons gezin. Nooit is er hulp geweest, niet opgemerkt door de huisarts, consultatiebureau of wat dan ook. En ik was te naïef om hulp te vragen. Wat had het misschien een groot verschil gemaakt als er in die tijd zoveel hulp was geweest als nu. Voor ons is het te laat, maar ik hoop voor veel andere vrouwen met een postnatale depressie niet. Want hulp is er nu. Zeker wel.”

 

Janet